Betekenis van:
streven

streven (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • doel
"een loffelijk streven"
"een streven om [iets] te [doen]"

Hyperoniemen

streven
Zelfstandig naamwoord
  • het willen bereiken van een doel
"Zijn streven naar aanzien kwam hem duur te staan."
streven
Zelfstandig naamwoord
  • doeleinde

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

streven
Werkwoord
  • in voortgaande beweging zijn (vaak in figuurlijke zin)
"Als hij zo doorgaat, streeft hij ons nog voorbij."
streven
Werkwoord
  • een doel willen bereiken
"Wij streven naar verbetering van ons eigen record."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik hoop dat al je dromen uitkomen, op één na, zodat je steeds iets hebt om na te streven.
  2. Wij streven altijd naar het verbodene en begeren hetgeen ons ontzegd is
  3. De partijen streven naar:
  4. De partijen streven naar:
  5. Voorts streven zij ernaar de dienstverleningskosten te harmoniseren.
  6. Estland dient in dit verband te streven naar begrotingsconsolidatie.
  7. BankCo zal uitsluitend naar een A/P1-rating streven.
  8. het streven een concurrerende gasmarkt tot stand te brengen;
  9. blijven streven naar doorzichtigheid als een vrijwillige vertrouwenwekkende maatregel om de verdergaande ontwapening te ondersteunen;
  10. te streven naar coördinatie van bestaande door de lidstaten geïmplementeerde programma's;
  11. De Europese Unie zal derhalve streven naar een positieve uitkomst van de Tweede Toetsingsconferentie in 2008.
  12. Het veiligheidsbeleid van de maatschappij dient onder meer na te streven dat:
  13. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op het streven van de Europese Unie om:
  14. streven naar wereldwijd basisonderwijs in 2015 en naar de opheffing van genderongelijkheid in het onderwijs;
  15. De lidstaten streven ernaar om door middel van de controles ter plaatse te verifiëren: