Betekenis van:
leer

Zelfstandig naamwoord

leer (het ~)
leren voorwerp; bal gebruikt bij de voetbalsport
"tergend langzaam rolde het leer over de doellijn"
"van leer trekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

leer (het ~)
stof, verkregen door dierehuiden zo te bewerken dat zij soepel en onbederfbaar blijven
"in het leer"
"met leer bekleed"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

leer (de ~ | meervoud leren)
stelsel van regels die min of meer een afgesloten geheel vormen m.b.t. een vak van wetenschap of kunst
"de leer van de Drie-eenheid"
"de hervormde/rooms-katholieke leer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

leer
stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.

Werkwoord