Betekenis van:
bal

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze van spelen
"een kromme bal"
"goede bal!"

Hyperoniemen

bal (het ~ | meervoud bals)
Zelfstandig naamwoord
  • grote danspartij, dansavond
"een gemaskerd bal"
"het bal openen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • bolrond lichaam, gebruikt bij verschillende spelen
"de ballen!"
"aan de bal (zijn/komen)"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • tot een ronde bol gevormde massa
"een bal(letje) gehakt"

Hyperoniemen

bal
Zelfstandig naamwoord
  • een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen
"De bal werd door de spits keihard in de kruising geschoten."
bal
Zelfstandig naamwoord
  • negatieve benaming voor een jongeman, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent
"De bal kwam op me af om een praatje te maken, maar ik ging snel naar mijn vriendin in het toilet."
bal
Zelfstandig naamwoord
  • teelbal
"Henk ging naar de dokter omdat hij last had van jeuk aan zijn 'ballen."
bal
Zelfstandig naamwoord
  • geld; gulden; gulden; gulden, geld; gulden; (informeel) gulden; munteenheid

Synoniemen

Hyperoniemen

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • v.d. voetzool

Hyperoniemen

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • corpsstudent

Hyperoniemen

bal (de ~ | meervoud ballen)
Zelfstandig naamwoord
  • orgaan waar de spermacellen worden gevormd

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord