Betekenis van:
pop

pop (de ~ | meervoud poppen)
Zelfstandig naamwoord
  • verkleinde nabootsing van een mensengedaante, als speelgoed
"de poppetjes van je ogen"
"met (de) poppen spelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

pop
Zelfstandig naamwoord
  • nagemaakte mens, meest als speeltuig
"Zij speelt met haar poppen."
pop
Zelfstandig naamwoord
  • nagemaakte mens, meest als speeltuig
"Zij speelt met haar poppen."
pop
Zelfstandig naamwoord
  • het stadium tussen larve en imago van een insect
"De pop van deze zijderups is ingesponnen in zijde."
pop
Zelfstandig naamwoord
  • wijfjesvogel
"Hij heeft drie poppen van die kleurkanarie."
pop
Zelfstandig naamwoord
  • wijfjesvogel
"Hij heeft drie poppen van die kleurkanarie."
pop
Zelfstandig naamwoord
  • het stadium tussen larve en imago van een insect
"De pop van deze zijderups is ingesponnen in zijde."
pop (de ~ | meervoud poppen)
Zelfstandig naamwoord
  • popperige vrouw
"mijn nichtje is een klein poppetje"
"een lekkere pop"

Synoniemen

Hyperoniemen

pop
Zelfstandig naamwoord
  • popmuziek
pop
Zelfstandig naamwoord
  • gulden
pop
Zelfstandig naamwoord
  • binnenste van een sigaar
pop
Zelfstandig naamwoord
  • prop
pop
Zelfstandig naamwoord
  • popmuziek
pop
Zelfstandig naamwoord
  • gulden
pop
Zelfstandig naamwoord
  • binnenste van een sigaar
pop
Zelfstandig naamwoord
  • prop
pop
Zelfstandig naamwoord
  • nabootsing van een menselijke figuur voor andere doeleinden

Hyperoniemen

Hyponiemen

pop (de ~ | meervoud poppen)
Zelfstandig naamwoord
  • rups in zijn cocon

Hyperoniemen

pop
Zelfstandig naamwoord
  • geld; gulden; gulden; gulden, geld; gulden; (informeel) gulden; munteenheid

Synoniemen

Hyperoniemen

pop
Spreekwoord
  • iemand die zeer kwetsbaar is
pop
Spreekwoord
  • herrie
pop
Spreekwoord
  • herrie
pop
Spreekwoord
  • ik laat het je nu verder niet meer zien
pop
Spreekwoord
  • iemand die zeer kwetsbaar is
pop
Spreekwoord
  • ik laat het je nu verder niet meer zien