Betekenis van:
leider

leider (de ~ | meervoud leiders)
Zelfstandig naamwoord
  • aanvoerder v.e. groep mensen; hoofd; baas of meerdere; bazin of meerdere
"politiek/geestelijk/militair leider"
"de leiders van [de strijdende partijen/de 7 rijkste landen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

leider
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die leidt of bestuurt
"Elke goed samenwerkende groep heeft een leider nodig."
leider
Zelfstandig naamwoord
  • een persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd
"De leider in de Ronde van Frankrijk verstevigt zijn leiderspositie door nog een etappe te winnen."