Betekenis van:
luisteren

luisteren
Werkwoord
  • een bevel opvolgen
"De hond luistert meteen naar zijn baasje."
luisteren
Werkwoord
  • ''~ naar'' gericht waarnemen met het oor
"Luister naar wat ik zeg!"
luisteren
Werkwoord
  • proberen te horen
"naar de radio luisteren"
"aan iemands borst luisteren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Laten we luisteren.
  2. Hij was naar muziek aan het luisteren.
  3. Je hoeft niet te luisteren naar wat hij zegt.
  4. Haar enige genoegen is naar muziek te luisteren.
  5. Ik was niet naar de radio aan het luisteren.
  6. Ik zei hem wat te doen maar hij wou niet luisteren.
  7. Mensen zouden hun ziel verkopen om vanaf deze plaatsen naar het concert te luisteren.
  8. internetgebruik in de laatste drie maanden voor privé-doeleinden om webradio te luisteren of webtelevisie te kijken;
  9. internetgebruik in de laatste drie maanden voor privé-doeleinden om webradio te luisteren of webtelevisie te kijken;
  10. De procedures moeten het luisteren naar of lezen van complexe informatie tijdens het rijden afraden en procedures mogen de werknemers niet in een positie plaatsen waarbij ze moeilijke bedrijfsbeslissingen „live” aan de telefoon moeten nemen.
  11. De procedures moeten het luisteren naar of lezen van complexe informatie tijdens het rijden ontmoedigen en mogen werknemers niet in een positie plaatsen waarbij ze moeilijke bedrijfsbeslissingen „live” aan de telefoon moeten nemen.
  12. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder „persoonlijke muziekspeler” verstaan een draagbaar toestel, niet vallende onder Richtlijn 1999/5/EG of Richtlijn 2006/95/EG, met hoofd- of oortelefoons, dat wordt gebruikt om naar opgenomen, voortgebracht of uitgezonden geluid te luisteren.
  13. Communicatie in de moedertaal is het vermogen om zowel mondeling als schriftelijk (luisteren, spreken, lezen en schrijven) concepten, gedachten, gevoelens, feiten en meningen onder woorden te brengen en te interpreteren, en om op gepaste en creatieve wijze in alle maatschappelijke en culturele situaties, in onderwijs en opleiding, werk, thuis en vrije tijd — talig te handelen.