Betekenis van:
mast

mast (de ~ | meervoud masten)
Zelfstandig naamwoord
  • lange opstaande paal, op schepen
"in de mast"
"voor de mast zitten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

mast (de ~ | meervoud masten)
Zelfstandig naamwoord
  • mast met een zendantenne

Hyperoniemen

Hyponiemen

mast
Zelfstandig naamwoord
  • hoge antenne

Hyperoniemen

mast
Zelfstandig naamwoord
  • lange, rechtop staande paal midden op het schip waaraan vlaggen, zeilen en/of ra's bevestigd kunnen worden
mast
Zelfstandig naamwoord
  • palen waartussen (elektriciteits- of telefoon-)draden gespannen kunnen worden
mast
Zelfstandig naamwoord
  • lange paal voor vlaggen - vlaggenmast
mast
Zelfstandig naamwoord
  • hoge antenne
mast
Zelfstandig naamwoord
  • varkensvoer, bestaande uit eikels en beukenoten
mast
Zelfstandig naamwoord
  • lange, rechtop staande paal midden op het schip waaraan vlaggen, zeilen en/of ra's bevestigd kunnen worden
mast
Zelfstandig naamwoord
  • palen waartussen (elektriciteits- of telefoon-)draden gespannen kunnen worden
mast
Zelfstandig naamwoord
  • lange paal voor vlaggen - vlaggenmast
mast
Zelfstandig naamwoord
  • hoge antenne
mast
Zelfstandig naamwoord
  • varkensvoer, bestaande uit eikels en beukenoten
mast (de ~ | meervoud masten)
Zelfstandig naamwoord
  • mast die elektrische hoogspanningskabels steunt en leidt

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Mast mit … % …
  2. „zur Mast eingeführte lebende Tiere”
  3. zwengels op de mast- en kokerlieren.