Betekenis van:
paal

paal (de ~ | meervoud palen)
Zelfstandig naamwoord
  • staak of mast
"binnenkant/buitenkant paal"
"dat staat als een paal boven water"

Hyperoniemen

Hyponiemen

paal
Zelfstandig naamwoord
  • een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
"Dat gebouw is volledig op palen gebouwd."
paal
Zelfstandig naamwoord
  • een stijve penis
"Uit onderzoek is gebleken dat de meeste mannen tevreden zijn met de grootte van hun paal."
paal
Zelfstandig naamwoord
  • een doelpaal
"Hij schoot de bal tegen de paal aan, tot teleurstelling van het publiek."
paal
Zelfstandig naamwoord
  • ''(genealogie)'' een loodrechte band midden over een wapenschild
"Dat wapenschild is opgebouwd uit verschillende kleuren en een paal."
paal (de ~ | meervoud palen)
Zelfstandig naamwoord
  • voorstelling v.h. mannelijk lid; (informeel) penis; stijve penis; penis
"een paal in de broek"

Synoniemen

Hyperoniemen

paal
Zelfstandig naamwoord
  • loodrechte, brede streep midden over een wapenschild; loodrechte, brede streep midden over een wapenschild

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord