Betekenis van:
nut
nut (het ~)
Zelfstandig naamwoord
- baat; staat van functioneel zijn; bestaansreden
"praktisch/maatschappelijk nut"
"ergens nut van hebben"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
nut
Zelfstandig naamwoord
- baat, voordeel
"Weet jij wat het nut is van die extra uitleg?"
nut
Bijvoeglijk naamwoord
- bruikbaar of zinvol; dienend; nuttig
Synoniemen
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- BELASTING EN NUT
- Gezamenlijke acties zijn van uitzonderlijk nut, als:
- Diensten tot nut van het algemeen
- opgericht is tot wederzijds nut van de leden;
- In gevallen van uitzonderlijk nut bedraagt de bijdrage van de Gemeenschap ten hoogste 80 %.
- Alle andere gegevens die van nut kunnen zijn voor de opsporing van de verweerder:
- Dit verschil in etiketteringsvoorschriften heeft geen enkel nut en moet worden opgeheven.
- Bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud
- Voorstellen die aan voornoemde criteria voldoen, kunnen worden beschouwd als voorstellen van uitzonderlijk nut.
- in Oostenrijk, ondernemingen die zijn erkend als bouwvereniging van algemeen nut en de „Österreichische Kontrollbank AG”;
- Zij plaatst derhalve vraagtekens bij het nut van het „Programme petites commandes”.
- Deze studies en opmerkingen zijn slechts van beperkt nut voor dit onderzoek.
- Een analyse van de belasting en het nut op nationaal niveau, waarbij bijvoorbeeld onderstaande aspecten in aanmerking worden genomen:
- Er is sprake van uitzonderlijk nut, wanneer de activiteiten een zeer significante Europese meerwaarde hebben, als aangegeven in punt 3.1.
- Daarnaast kan de met de Eureka-clusters opgedane ervaring van nut zijn voor gezamenlijke technologie-initiatieven op verwante gebieden.