Betekenis van:
oogst
oogst (de ~ | meervoud oogsten)
Zelfstandig naamwoord
- het binnenhalen v.d. gewassen
"de oogst is begonnen"
Hyperoniemen
oogst
Zelfstandig naamwoord
- het van het land halen van het rijpe gewas
"De oogst is in volle gang."
oogst
Zelfstandig naamwoord
- de opbrengst behaald met [1]
"De oogst is bijzonder rijk dit jaar."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Het zal schade aanrichten aan de oogst.
- OOGST
- Oogst- en dorsmachines
- Kweekbedrijf: overlading naar/oogst
- Oogst-, dier- en plantverzekering
- Oogst-, dier- en plantverzekering
- Rijst: snelle desinfectie na oogst
- Duurzame oogst van wild zeewier
- Desinfectie van aardbeienplanten na de oogst
- Kweek- of mestbedrijf: overheveling naar/oogst
- Gegevens over de oogst en de most
- 100 % van de tonnara's gedurende de oogst.
- Fusarium-soorten besmetten graangewassen vóór de oogst.
- Activiteiten met betrekking tot gewassen na de oogst
- Producten die het resultaat zijn van verwerking na de oogst