Betekenis van:
overgang
overgang (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- tijd aan het einde v.d. vruchtbaarheid; periode v.d. overgang v.d. vrouw
"in de overgang (zijn)"
Synoniemen
Hyperoniemen
overgang (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- bevordering naar een hogere klas
"De leerling moest hard werken voor zijn overgang naar de vierde klas."
Hyperoniemen
overgang
Zelfstandig naamwoord
- het overgaan of veranderen in
"De overgang tussen licht en donker is op dit schilderij heel goed te zien."
overgang (de ~ | meervoud overgangen)
Zelfstandig naamwoord
- het overgaan
"de overgang tussen [binnen en buiten]"
"de overgang naar [een beter leefmilieu/het vasteland]"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- OVERGANG
- Ingangsdatum en overgang
- incl. overgang van 20 s
- bij de overgang naar een andere exploitant;
- OVERGANG VAN EEN SECTOR VAN HOOFDSTUK II NAAR HOOFDSTUK I
- twee weken vóór overgang naar legfase of verplaatsing naar legeenheid;
- Aanbodtabel tegen basisprijzen, inclusief de overgang naar aanbod tegen aankoopprijzen
- Op verzoek van een der partijen wordt de overgang ingeschreven in het register en gepubliceerd.
- Gezorgd moet worden voor een zo soepel mogelijke overgang tussen de twee regelingen.
- Bij de overgang van grootlicht naar dimlicht worden alle lichten voor grootlicht gelijktijdig gedoofd.
- Bij de overgang van dimlicht naar grootlicht wordt ten minste één paar verlichtingseenheden voor grootlicht geactiveerd.
- Mededeling van de Commissie inzake de overgang van analoge naar digitale omroep, zie voetnoot 9.
- Een overgang van een verzonken gangpad naar een zitgedeelte wordt niet als trede beschouwd.
- Ter wille van een soepele overgang moeten deze wijzigingen geleidelijk worden ingevoerd.
- bij de overgang naar een vliegtuig waarvoor een nieuwe type/klasseaantekening is vereist; of