Betekenis van:
plezier

plezier (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • genoegen, vermaak
"plezier in [zwemmen]"
"ergens plezier in hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

plezier
Zelfstandig naamwoord
  • een staat van genoegen
"Hij ondervond veel plezier daarvan."
plezier
Zelfstandig naamwoord
  • iets wat genoegen schept
"Hij deed haar daarmee een pleziertje."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Veel plezier!
  2. Doe mij een plezier en zwijg.
  3. Wil je me een plezier doen?
  4. Veel plezier op het feestje, John.
  5. Hij beleeft plezier aan lange boswandelingen.
  6. Het doet mij plezier dat ge terug zijt.
  7. Het is met veel plezier dat we u hier verwelkomen.
  8. Het is gemakkelijker plezier te maken dan te werken.
  9. Vanavond hebben we plezier gehad met het samen opstellen van onze stamboom.
  10. Opblaasbare plezier- en sportvaartuigen
  11. Andere plezier- en sportvaartuigen; roeiboten en kano’s
  12. Reparatie en onderhoud van plezier- en sportvaartuigen
  13. CPA 30.12.12: Opblaasbare plezier- en sportvaartuigen
  14. CPA 30.12.19: Andere plezier- en sportvaartuigen; roeiboten en kano’s
  15. Jachten en andere plezier- en sportvaartuigen; roeiboten en kano′s