Betekenis van:
proberen

proberen
Werkwoord
  • testen.
"Vandaag mocht ik dus een echt Deens broodje met Hollandse kaas proberen."
proberen
Werkwoord
  • iets met succes trachten te beëindigen waarvan men niet weet of het gaat lukken
"In Groot-Brittannië zijn twee vrouwen gearresteerd die probeerden een dood familielid aan boord van een vlucht naar Berlijn te krijgen."
proberen
Werkwoord
  • trachten; pogen; proberen; uitproberen
"wijn proberen"
"proberen of je iemand kan bereiken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

proberen
Werkwoord
  • onderzoeken.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik zal opnieuw proberen.
  2. Ze proberen haar te contacteren.
  3. Laten we het nog eens proberen.
  4. Deze keer zal ik het proberen.
  5. In het vervolg zal ik proberen op tijd te komen.
  6. Je moet proberen het meeste uit je mogelijkheden te halen.
  7. Als je het wil proberen, ga je gang en probeer het.
  8. Wij allen proberen minstens een keer per jaar bijeen te komen.
  9. Ik zal het proberen, maar ik weet niet zeker of ik morgen naar de bioscoop kan komen of niet.
  10. "Nee..." zuchtte Dima. "Ik denk dat ik naar het verkeerde land gebeld heb. Laat ik de andere nummers in de 960 eens proberen."
  11. ING zal het WUH-bedrijfsonderdeel proberen af te splitsen binnen […].
  12. ING zal het WUH-bedrijfsonderdeel proberen af te splitsen […].
  13. andere kinderen kunnen extra risico’s opleveren (bv. doordat zij zich over de wieg proberen te buigen);
  14. De gemiddelde transactievolumes zijn fors gestegen omdat risicokapitaalondernemingen proberen te profiteren van schaalvoordelen.
  15. De kapitein moet proberen een bedreiging zo vroeg mogelijk te beoordelen.