Betekenis van:
trachten

trachten
Werkwoord
  • een poging in het werk stellen
"Hij trachtte een verkiezingsnederlaag te voorkomen."
trachten
Werkwoord
  • trachten; pogen; proberen; uitproberen
"trachten iets te achterhalen"
"trachten om op tijd te zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen