Betekenis van:
rangschikken

rangschikken
Werkwoord
  • een bepaalde volgorde in iets aanbrengen
"De postzegelverzamelaar rangschikte zijn nieuwe aanwinsten naar jaar van uitgifte."
rangschikken
Werkwoord
  • orde brengen in; een ordening aanbrengen; structuur aanbrengen; ordenen
"iets rangschikken onder een bepaalde soort"
"iemand rangschikken onder de harde werkers"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ter wille van de duidelijkheid lijkt het zinvol de lidstaten in de lijst te rangschikken volgens de ISO-landencode.
  2. Beide lidstaten rangschikken alle slachthuizen overeenkomstig het aantal mestvarkens die zij in het voorgaande jaar hebben geslacht.
  3. Bovendien bevatte de aankondiging inzake de privatisering die op 18/21 mei 2007 is gepubliceerd geen dwingende voorwaarden, doch slechts beoordelingscriteria om de verschillende biedingen te kunnen rangschikken.
  4. Alle agrolevensmiddelenbedrijven rangschikken volgens op het EU-acquis gebaseerde categorieën en een nationaal programma voorbereiden voor de aanpassing van deze bedrijven.