Betekenis van:
regelen

regelen
Werkwoord
  • bestuurlijjk: bepalen
"de financiën van de bank regelen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

regelen
Werkwoord
  • zorgen dat het gebeurt
"Piet zal regelen dat de boot om 13.30 uur aankomt."
regel (de ~ | meervoud regels, regelen)
Zelfstandig naamwoord
  • dwingend voorschrift
"een regel volgen/toepassen/voorschrijven"
"zich aan de regels houden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

regel (de ~ | meervoud regels, regelen)
Zelfstandig naamwoord
  • lijn waarop je woorden schrijft
"op de regel schrijven"
"tussen de regels (door) lezen"

Hyperoniemen

regel (de ~ | meervoud regels, regelen)
Zelfstandig naamwoord
  • orde der dingen
"vaste regel"
"uitzonderingen bevestigen de regel"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het maakt me niet uit om in de regelen te wandelen.
  2. Voor het regelen van de pH-waarde
  3. subsystemen voor het regelen van de stuwstraalrichting.
  4. middelen om de plantengroei te regelen
  5. Om de luchtstroom naar de FID te regelen.
  6. Om de stroom naar de analysatoren te regelen.
  7. Voor het regelen van de pH-waarde bij de gistproductie
  8. subsystemen voor het regelen van de stuwstraalrichting, geschikt voor gebruik in "raketten";
  9. „gebouw” een overdekte constructie met muren waarvoor energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen; 2.
  10. subsystemen voor het regelen van de stuwstraalrichting, geschikt voor gebruik in „raketten”;
  11. Om de stroom van de brandstof (= transportgas), het monster, respectievelijk de lucht te regelen.
  12. Met de nieuwe installatie werd beoogd de snelheid van het gasafzuigmechanisme te regelen.
  13. Om de druk in de bemonsteringsleiding en de stroom naar de HFID te regelen.
  14. Om een partiële-stroomverdunningssysteem te regelen is een snellere responsie vereist.
  15. Om de druk in de bemonsteringsleiding en de stroom naar de HFID te regelen.