Betekenis van:
regen
regen (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"de stromende regen"
"zure regen"
Synoniemen
Hyperoniemen
regen
Zelfstandig naamwoord
- neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken."
regen
Zelfstandig naamwoord
- neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken."
regen
Werkwoord
- gebiedende wijs van regenen
regen
Werkwoord
- gebiedende wijs van regenen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Regen, regen, ga weg!
- Na regen komt zonneschijn.
- We houden niet van regen.
- Laat ons gaan schuilen voor de regen.
- Ik wou dat de regen ophield.
- Ik las gisteren een artikel over zure regen.
- Hij kwam van de regen in de drop.
- Ondanks de regen ben ik naar buiten gegaan.
- Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.
- gehomogeniseerde bereidingen:– regen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
- Wisteria Sinensis Extract is een extract van de blauwe regen, Wisteria sinensis, Leguminosae
- Er moet rekening worden gehouden met een hoeveelheid regen van 6 mm/min.
- De testomstandigheden mogen niet minder streng worden door de omgevingsomstandigheden (bijv. regen, zwakke/sterke wind enz.).
- De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen.
- de bescherming van in het water levende organismen: de toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen;