Betekenis van:
regen

regen (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"de stromende regen"
"zure regen"

Synoniemen

Hyperoniemen

regen
Zelfstandig naamwoord
  • neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken."
regen
Zelfstandig naamwoord
  • neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
"Na deze lange droogte kunnen we best wat regen gebruiken."
regen
Zelfstandig naamwoord
  • grote massa

Synoniemen

Hyperoniemen

regen
Werkwoord
  • gebiedende wijs van regenen
regen
Werkwoord
  • gebiedende wijs van regenen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Regen, regen, ga weg!
  2. Na regen komt zonneschijn.
  3. We houden niet van regen.
  4. Laat ons gaan schuilen voor de regen.
  5. Ik wou dat de regen ophield.
  6. Ik las gisteren een artikel over zure regen.
  7. Hij kwam van de regen in de drop.
  8. Ondanks de regen ben ik naar buiten gegaan.
  9. Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.
  10. gehomogeniseerde bereidingen:– regen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:
  11. Wisteria Sinensis Extract is een extract van de blauwe regen, Wisteria sinensis, Leguminosae
  12. Er moet rekening worden gehouden met een hoeveelheid regen van 6 mm/min.
  13. De testomstandigheden mogen niet minder streng worden door de omgevingsomstandigheden (bijv. regen, zwakke/sterke wind enz.).
  14. De toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen.
  15. de bescherming van in het water levende organismen: de toelatingsvoorwaarden moeten, indien nodig, risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals bufferzones, beperking van de lozing van regen- en afvalwater en driftreductiedoppen;