Betekenis van:
rennen

rennen
Zelfstandig naamwoord
  • hollen; hardlopen
"de kamer uit rennen"
"in paniek naar buiten rennen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rennen
Zelfstandig naamwoord
  • paardenraces; wereld v.d. harddraafsport; race met paarden

Synoniemen

Hyperoniemen

ren (de ~ | meervoud rennen)
Zelfstandig naamwoord
  • het rennen
"een wilde ren"
"in volle ren"

Synoniemen

Hyperoniemen

ren (de ~ | meervoud rennen)
Zelfstandig naamwoord
  • afgeschermd stuk grond voor dieren

Hyperoniemen

Hyponiemen

rennen
Werkwoord
  • (ongericht) zeer snel lopen
"Je hoeft niet te rennen, we hebben alle tijd."
rennen
Werkwoord
  • (gericht) zeer snel lopen
"Ik ben naar huis gerend."

Werkwoord