Betekenis van:
hardlopen

hardlopen
Werkwoord
  • rennen
"hardlopen op een atletiekbaan"
"hardlopen naar de tram"

Hyperoniemen

hardlopen
Werkwoord
  • met versnelde pas zich voortbewegen
"Bij een triatlon wordt er gezwommen, gefietst en hardgelopen."
hardlopen
Zelfstandig naamwoord
  • een sport waarbij men zich bekwaamt in het zich snel voortbewegen
hardlopen
Zelfstandig naamwoord
  • hollen; hardlopen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen