Betekenis van:
rijp

rijp
Bijvoeglijk naamwoord
  • geschikt geworden voor
"rijp zijn voor iets"
"rijp voor de sloop"

Synoniemen

Hyperoniemen

rijp
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van vruchten en gewassen) zijn volle wasdom bereikt hebbend
"rijp(e) fruit/vruchten"
"een rijpe vrouw"

Hyperoniemen

rijp
Bijvoeglijk naamwoord
  • tot volwassenheid gekomen zijnde
"Hij is rijp voor de tien kilometer."
rijp
Bijvoeglijk naamwoord
  • de eetbare toestand bereikt hebbend
"Alleen de rijpe vruchten zijn lekker."
rijp
Bijvoeglijk naamwoord
  • geestelijk en lichamelijk volgroeid, met kenmerken daarvan
"na rijp beraad"

Synoniemen

Hyperoniemen

rijp (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • witte aanslag van ijskristallen op het gras enz.

Synoniemen

Hyperoniemen

rijp
Zelfstandig naamwoord
  • rijm, aangevroren mist

Werkwoord