Betekenis van:
schaven

schaven
Werkwoord
  • met een schaaf werken
"kozijnen/masten/planken schaven"

Hyperoniemen

schaven
Werkwoord
  • licht verwonden
"zich aan [het asfalt] schaven"
"je elleboog schaven"

Hyperoniemen

schaven
Werkwoord
  • gladmaken door middel van een schaaf
"Kun je dat even voor mij schaven?"
schaven
Werkwoord
  • verwonden door wegscheuring van de huid
"Ik schaafde me gisteren."
schaven
Werkwoord
  • door middel van een schaaf in plakjes snijden
"Hij kon de kaas erg goed schaven."
schaaf (de ~ | meervoud schaven)
Zelfstandig naamwoord
  • gereedschap met uitstekend snijvlak in schuine stand om voorwerpen glad te maken, of er een bepaalde vorm aan te geven
"die schaaf bijt niet"
"de schaaf over iemand halen/laten gaan"

Hyperoniemen

Werkwoord