Betekenis van:
scheur
scheur (de ~ | meervoud scheuren)
Zelfstandig naamwoord
- barst, spleet
"er zitten scheuren in het wegdek"
"een scheur in iets hebben"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
scheur
Zelfstandig naamwoord
- een kloof in een vlies of weefsel
"Er zat een scheurtje in zijn jas."
scheur
Zelfstandig naamwoord
- plaats waar een weefsel of papier uiteengereten is
Hyperoniemen
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Scheur een pagina uit je schrift.
- Scheur
- Ruptuur/scheur van ligament of pees
- Onderzoek van de scheur en de vorm van de randen.