Betekenis van:
teken

teken (het ~ | meervoud tekens, tekenen)
Zelfstandig naamwoord
  • iets waardoor zich een feit, een gevoel enz. openbaart
"een teken aan de wand"
"een teken des tijds"

Hyperoniemen

teken (het ~ | meervoud tekens, tekenen)
Zelfstandig naamwoord
  • figuur
"diakritische tekens"
"een teken voor [verboden in te rijden]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

teken
Zelfstandig naamwoord
  • (semiotiek) symbool, signaal, aanduiding
"Dat prachtige wegennet is een teken van aanzienlijke welvaart."
teken
Zelfstandig naamwoord
  • een afgesproken gebaar
"Eindelijk kreeg hij het teken om van start te gaan."
teken
Zelfstandig naamwoord
  • de genormeerde figuren van het alfabet, muziekschrift, cijfers, operatoren enz.
"Een karakterset met allerlei tekens."
teken
Zelfstandig naamwoord
  • teken dat een wiskundig begrip voorstelt of een wiskundige bewerking aanduidt; teken of letter v.e. schrift

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

teken
Zelfstandig naamwoord
  • middel om een wens of een bevel kenbaar te maken

Hyperoniemen

teken
Zelfstandig naamwoord
  • verdichting van een begrip in een enkele voorstelling; symbool; voor ieder herkenbare voorstelling

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

teken
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat een gebeurtenis aankondigt; teken dat een ophanden zijnde gebeurtenis of verschijning aankondigt; teken dat iets aankondigt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

teken
Zelfstandig naamwoord
  • teken v.d. dierenriem; teken van de dierenriem in astrologie

Synoniemen

Hyperoniemen

teek (de ~ | meervoud teken)
Zelfstandig naamwoord
  • parasiet die op de huid leeft
"een teek hebben"

Hyperoniemen

Werkwoord