Betekenis van:
turf

turf (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • veen als brandstof
"turf steken/trekken"
"korte/lange/scherpe turf"

Hyperoniemen

turf (de ~ | meervoud turven)
Zelfstandig naamwoord
  • dik boek; dik boek
"De student keek moedeloos naar de drie dikke turven die hij nog moest lezen."

Synoniemen

Hyperoniemen

turf (de ~ | meervoud turven)
Zelfstandig naamwoord
  • groep van vijf streepjes zoals je die maakt bij het turven
"Hij hield de puntentelling bij door turfjes te zetten."

Synoniemen

Hyperoniemen

turf
Zelfstandig naamwoord
  • '''turf''' ; dik boek
turf
Zelfstandig naamwoord
  • '''turf''' ; groep van vijf streepjes

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Als as meel en turf spek was, aten we alle dagen spekpannenkoeken.
  2. 5 Turf
  3. Gestookt met turf
  4. Gestookt met turf
  5. voor turf: 20
  6. 1 kg turf
  7. Biomassa en turf
  8. Werken van turf
  9. Winning van turf
  10. voor turf: 300, behalve bij wervelbed-verbranding: 250
  11. Turf voor niet-energetisch gebruik valt hier niet onder.
  12. Zelfs rekening houdend met de vervoerskosten van uit Europa ingevoerd turf, is de kostprijs van uit rijstvliezen vervaardigd turf meer dan 20 % hoger dan die van turf uit Europa.
  13. Bord na Mona plc., opgericht en werkzaam overeenkomstig de Turf Development Act 1946 to 1998.
  14. Vaste brandstoffen, zoals steenkool, houtskool, cokes, briketten, brandhout, houtschilfers, pellets, turf en dergelijke
  15. De volgende aggregaten zijn van toepassing op steenkool, totaal bruinkool, oude bruinkool, jonge bruinkool en turf: