Betekenis van:
uitgave

uitgave (de ~ | meervoud uitgaven)
Zelfstandig naamwoord
  • wat uitgegeven, betaald is of wordt
"een hele uitgave"
"een uitgave doen"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitgave (de ~ | meervoud uitgaven, uitgaves)
Zelfstandig naamwoord
  • één exemplaar van een bepaalde oplage
"Ik heb drie uitgaves van 'De Wereldbibliotheek' in mijn kast staan."

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitgave
Zelfstandig naamwoord
  • (''vooral meervoud'') bedrag dat men uitgeeft
"Om de kosten te drukken, zullen de uitgaven moeten zakken."
uitgave
Zelfstandig naamwoord
  • reeks van uitgegeven literaire werken
"In de eerste uitgave van het boek stond een typfout die in de latere uitgaven weggewerkt is."
uitgave
Zelfstandig naamwoord
  • het uitgeven van een werk
"De uitgave van het nieuwe boek is door onvoorziene omstandigheden met twee weken vertraagd."
uitgave
Zelfstandig naamwoord
  • uitgegeven werk
"In de nieuwste uitgave van het roddelblad staan de allerlaatste nieuwtjes over beroemdheden."
uitgave (de ~ | meervoud uitgaven, uitgaves)
Zelfstandig naamwoord
  • uitgegeven werk; uitgegeven werk
"In zijn laatste uitgave pleit de auteur voor anarchie."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitgave (de ~ | meervoud uitgaven, uitgaves)
Zelfstandig naamwoord
  • uitgave v.e. boek; oplage; uitgave
"de eerste/tweede/derde uitgave van een boek"
"niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt"

Synoniemen

Hyperoniemen