Betekenis van:
uitrusten
uitrusten
Werkwoord
- uitrusten; voorzien van apparaten; voorzien van
"[een auto] uitrusten met [een airbag]"
"een leger goed uitrusten"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- CPA 30.20.91: Opknappen en uitrusten van rollend spoor- en tramwegmaterieel
- Daarin zou de spoorwegmaatschappij bestaande lijnen ook uitrusten met het ETCS-systeem.
- Zelfs zonder de voorgenomen investeringen is de kade langer dan een feeder-schip, zodat de werf ook zo twee kortere schepen tegelijkertijd zou kunnen uitrusten.
- Zelfs indien de werf de toegeleverde casco’s zou uitrusten, zou dit gebeuren in plaats van nieuwbouw en niet aanvullend op de nieuwbouw.
- Volgens de statuten hiervan had de mede-eigendom betrekking op „le financement, l’acquisition, l’armement et l’exploitation d’un navire de croisières de luxe dénommé „Le Levant”” (het financieren, aankopen, uitrusten en exploiteren van een luxe cruiseschip met de naam Le Levant).
- De Europese Unie heeft er een prioriteit van gemaakt om de Verenigde Naties te versterken en zodanig te helpen uitrusten, dat zij hun verantwoordelijkheden kunnen nakomen en effectief kunnen optreden.
- Voorzien dient te worden in de toekenning van een extra premie om de kosten te dekken die overheids- of particuliere organisaties maken voor het vervoer van de vaartuigen naar de betrokken derde landen, en om de eigenaren van de vaartuigen ervoor te vergoeden dat zij deze uitrusten en volledig zeewaardig maken.