Betekenis van:
voer

voer (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • eten; voer voor dieren; veevoer
"voer voor [psychologen]"
"voer geven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

voer
Zelfstandig naamwoord
  • voedsel, inzonderlijk voor huisdieren en vee
voer
Zelfstandig naamwoord
  • aas om een dier te lokken met de bedoeling het te vangen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Voer geen wilde dieren.
  2. Het schip voer de Amerikaanse vlag.
  3. Voer de noodzakelijke metingen uit:
  4. Voer iedere meting viermaal uit.
  5. 5 commercieel voer voor huisdieren
  6. Voer de berekening uit bij deze debieten:
  7. Het voer moet appetijtelijk zijn en vrij van besmetting.
  8. Voer de test uit volgens de procedure (Smith e.a., 2001).
  9. Voer de in bijlage XII beschreven HPLC-analyse uit.
  10. Als gebruik wordt gemaakt van nat voer of voer dat gemakkelijk nat kan worden door bijvoorbeeld water of urine, is dagelijkse reiniging noodzakelijk.
  11. Speciaal caloriearm voer met verhoogd vezelgehalte helpt dit probleem te voorkomen.
  12. Hetzelfde positieve effect kan worden verkregen als de opname van fosfor uit het voer wordt verlaagd.
  13. Voer de test helemaal uit zonder onderbreking met inachtneming van het volgende:
  14. Voer de handelingen uit die zijn beschreven in de punten 5.1.2.2.1 tot en met 5.1.2.2.4.
  15. Voer de handelingen uit die zijn beschreven in de punten 5.2.1.2.1 tot en met 5.2.1.2.4.