Betekenis van:
vrolijk
vrolijk
Bijvoeglijk naamwoord
- in goede stemming
"Hij werd daar niet vrolijker van."
vrolijk
Bijvoeglijk naamwoord
- vreugdevol; verheugend; verheugend; verheugend
"een vrolijke boodschap"
Synoniemen
vrolijk
Bijwoord
- in goede stemming
"Hij lachte vrolijk."
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Vrolijk kerstfeest!