Betekenis van:
vuren

vuren
Werkwoord
  • een schot lossen
"Zij vuurden op de aanstormende vijand."
vuren
Werkwoord
  • door drukken in werking stellen; vonken verspreiden; kogels of pijlen afvuren; met vuurwapens schieten; schieten

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vuren
Bijvoeglijk naamwoord
  • van vurenhout

Synoniemen

Hyperoniemen

vuur (het ~ | meervoud vuren)
Zelfstandig naamwoord
  • geestdrift, het geheel van iets vervuld zijn
"iets met vuur verdedigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

vuur (het ~ | meervoud vuren)
Zelfstandig naamwoord
  • schimmelziekte in gewas

Hyperoniemen

Hyponiemen

vuur (het ~ | meervoud vuren)
Zelfstandig naamwoord
  • schot
"iemand onder vuur nemen"
"tussen twee vuren zitten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord