Betekenis van:
wankel

wankel
Bijvoeglijk naamwoord
  • labiel
"een wankel tafeltje"
"wankele beentjes/pootjes"

Synoniemen

wankel
Bijvoeglijk naamwoord
  • wat niet stevig staat
"Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat."
wankel
Bijvoeglijk naamwoord
  • onbestendig
wankel
Bijvoeglijk naamwoord
  • waarop men geen staat kan maken

Synoniemen

wankel
Bijwoord
  • in wankele wijze
wankel
Bijwoord
  • in onbestendige wijze

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Evenzo dient te worden onderstreept dat de theoretische berekening die de consultant uitvoert om, aan de hand van de Credit Default Swaps („CDS”), de kostprijs van de beweerde garantie van de Staat voor France Télécom te berekenen, erg wankel is.