Betekenis van:
zuigen

zuigen
Werkwoord
  • een verlaagde druk aanleggen met de mond of met een apparaat
"Deze machines zuigen aan de bovenkant warme lucht aan."
zuigen
Werkwoord
  • doorgaand treiteren, telkens opnieuw beginnen over iets met de bedoeling iemand anders kwaad te maken
"Zit niet zo te zuigen!"
zuigen
Werkwoord
  • (een vertrek, de vloer enz.) met een stofzuiger schoonmaken
"de kamer zuigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

zuigen
Werkwoord
  • (van zaken) in zich opnemen

Hyperoniemen

zuigen
Werkwoord
  • in zich opnemen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Verwijder de vloeistoffase door deze voorzichtig op te zuigen (bijvoorbeeld met een pasteurpipet).
  2. Mag niet worden gebruikt voor voorwerpen waarin kinderen kunnen bijten of waaraan kinderen kunnen zuigen.”.
  3. Telkens wachten tot de spoelvloeistof uit zichzelf is doorgelopen alvorens af te zuigen.
  4. Achter de meetkamer mag een bemonsteringspomp worden gebruikt om het bemonsteringsgas door de meetkamer te zuigen.
  5. „kinderverzorgingsartikel”: elk product dat bestemd is om de slaap, de ontspanning, hygiënische verzorging en de voeding van, alsmede het zuigen door kinderen te vergemakkelijken.”
  6. „Lampen die met deze vloeistof gevuld zijn buiten het bereik van kinderen houden”; en, uiterlijk op 1 december 2010, „Een klein slokje lampolie — of nog maar zuigen aan de pit van lampen — kan levensbedreigende longschade tot gevolg hebben”;