Betekenis van:
zuiger

zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
  • apparaat dat zuigt
"de zuigers van een [automotor/pomp]"

Synoniemen

Hyperoniemen

zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
  • tak die veel sappen trekt

Hyperoniemen

zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
  • machine die bagger opzuigt

Hyperoniemen

zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
  • huid v.e. jong kalf

Hyperoniemen

zuiger
Zelfstandig naamwoord
  • een rondvorm die in een cilinder heen en weer kan bewegen. Door de beweging wordt een vloeistof of gas verplaatst, of een gas van druk veranderd (compressie)
zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die anderen pest; plaaggeest; plaaggeest; iemand die zuigt; pestkop

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Hydraulische zuiger- en plunjerpompen
  2. zuiger- en plunjerpompen
  3. Gemechaniseerde dreg, eventueel met zuiger
  4. oppervlak van de zuiger van één remcilinder bij trommelremmen; bij schijfremmen de som van de oppervlakken van de zuiger(s) aan één zijde van de schijf.
  5. De slag van de zuiger of van het diafragmamechanisme is te groot
  6. motortype (elektrische — of compressieontsteking, twee- of viertaktmotor, zuiger- of draaizuigermotor), aantal cilinders en cilinderinhoud, aantal carburatoren, plaatsing van de kleppen, maximumvermogen en bijbehorend toerental (omw./min.) enz.;