Betekenis van:
zuiger
zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
- machine die bagger opzuigt
Hyperoniemen
zuiger
Zelfstandig naamwoord
- een rondvorm die in een cilinder heen en weer kan bewegen. Door de beweging wordt een vloeistof of gas verplaatst, of een gas van druk veranderd (compressie)
zuiger (de ~ | meervoud zuigers)
Zelfstandig naamwoord
- iemand die anderen pest; plaaggeest; plaaggeest; iemand die zuigt; pestkop
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Hydraulische zuiger- en plunjerpompen
- zuiger- en plunjerpompen
- Gemechaniseerde dreg, eventueel met zuiger
- oppervlak van de zuiger van één remcilinder bij trommelremmen; bij schijfremmen de som van de oppervlakken van de zuiger(s) aan één zijde van de schijf.
- De slag van de zuiger of van het diafragmamechanisme is te groot
- motortype (elektrische — of compressieontsteking, twee- of viertaktmotor, zuiger- of draaizuigermotor), aantal cilinders en cilinderinhoud, aantal carburatoren, plaatsing van de kleppen, maximumvermogen en bijbehorend toerental (omw./min.) enz.;