Vertaling van om

Inhoud:

Deens
Nederlands
af, om, over, til, vid {vz.}
aan 
aangaande
betreffende 
met 
over 
van 
in 
af, for, om, siden {vz.}
aan 
sedert 
sinds 
van 
vanaf 
door 
met ingang van
i, om,  {vz.}
in 
binnen 
per
te 
op 

Voorbeelden in zinsverband

Deens
Nederlands

Hvem taler i om?

Over wie heb je het?

Månen drejer sig om Jorden.

De maan draait rond de aarde.

Han ved meget om sommerfugle.

Hij weet veel over vlinders.

Han ved ikke meget om Japan.

Hij weet niet veel over Japan.

Om morgenen begyndte fuglene at synge.

's Morgens begonnen de vogeltjes te fluiten.

Han skrev en bog om Kina.

Hij heeft een boek geschreven over China.

Normalt spiser vi tre gange om dagen.

Normaal eten wij driemaal per dag.

Hun tjener 30 dollars om dagen.

Ze verdient 30 dollar per dag.

Astronomi handler om stjerner og planeter.

Astronomie houdt zich bezig met sterren en planeten.

Vi bryder os ikke om regnen.

We houden niet van regen.

Jeg ved ikke om jeg får tid.

Ik weet niet of ik tijd heb.

Jeg ved ikke om han er læge.

Ik weet niet of hij een dokter is.

Jeg børster tænder to gange om dagen.

Ik poets mijn tanden tweemaal per dag.

Om søndagen går jeg i kirke.

's Zondags ga ik naar de kerk.

Er der en læge om bord?

Is er een arts aan boord?


Gerelateerd aan om

af - over - til - vid - for - siden - i -