Vertaling van Erledigen
Inhoud:
Duits
Nederlands
beschließen, enden, beenden, endigen, beendigen, erledigen, vollenden, abschließen, schließen, einstellen {ww.}
wir erledigen
sie erledigen
wij voleindigen
zij voleindigen
» meer vervoegingen van voleindigen
auslöschen, erledigen, ausrotten {ww.}
wegvegen
uitwissen
uitvegen
wissen
uitwissen
uitvegen
wissen
wir erledigen
sie erledigen
wij vegen weg
zij vegen weg
» meer vervoegingen van wegvegen
arrangieren, einrichten, ordnen, anordnen, veranstalten, in Ordnung bringen, zurechtmachen, herrichten, organisieren, vorbereiten, machen, bearbeiten, ausrichten, abwickeln, erledigen, übereinkommen {ww.}
wir erledigen
sie erledigen
wij regelen
zij regelen
» meer vervoegingen van regelen
machen, tun, stellen, bereiten, ausführen, verrichten, erledigen, abstatten, begehen, schließen, anfertigen, herstellen, erzeugen, hervorbringen, erschaffen, unterbreiten, halten, geben, schneiden, brauen, zurechtmachen, ordnen, zubereiten, bewirken, verursachen, hervorrufen, veranlassen, erregen, anrichten, ernennen, abhalten {ww.}
wir erledigen
sie erledigen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
Was muss ich tun?
Wat moet ik doen?
Was willst du tun?
Wat wil je doen?
befreien, entledigen, erledigen, freilassen, frei machen {ww.}
bevrijden
vrijmaken
vrijlaten
verlossen
loslaten
afhelpen
vrijmaken
vrijlaten
verlossen
loslaten
afhelpen
wir erledigen
sie erledigen
wij bevrijden
zij bevrijden
» meer vervoegingen van bevrijden
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Lassen Sie mich das erledigen.
Laat dat maar aan mij over.
Ich habe eine Woche Zeit, um meine Hausaufgaben zu erledigen.
Ik heb een week de tijd om mijn huiswerk af te maken.