Vertaling van Heuert

Inhoud:

Duits
Nederlands
Juli [m] (der ~), Heuet, Heuert, Heumond, Heumonat, Sommermond, Sommermonat [m] (der ~) {zn.}
juli  [m]
hooimaand
Kann man ein Datum angeben, an dem eine Sprache ins Leben trat? „Was für eine Frage!“ möchte man da sagen. Und dennoch; es gibt ein solches Datum: den 26. Juli,…
Kan men een datum aanduiden, waarop een taal begon te leven? Men is geneigd te antwoorden: "Wat een vraag!" . En toch bestaat er zulk een datum: 26 juli, Esperantodag…
anwerben, dingen, heuern, mieten, in Dienst nehmen, in Lohn nehmen, anstellen, einstellen {ww.}
huren 
tewerkstellen
in dienst nemen
aanwerven 
aannemen 

er/sie/es heuert
ihr heuert

hij/zij/het huurt
jullie huren
» meer vervoegingen van huren

Ich wollte einen Bus mieten.
Ik wilde een bus huren.
Ich wollte einen Reisebus mieten.
Ik wilde een touringcar huren.