Vertaling van Zahlen-
Inhoud:
Duits
Nederlands
arithmetisch, zahlentheoretisch, Zahl-, Zahlen- {bn.}
rekenkundig
zählen, vorzählen {ww.}
opsommen
Er kann nicht zählen.
Hij kan niet tellen.
Mein Sohn kann schon bis hundert zählen.
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.
zahlen, abzahlen, auszahlen, bezahlen, einzahlen, entrichten {ww.}
wir zahlen
sie zahlen
wij betalen
zij betalen
» meer vervoegingen van betalen
Wir müssen immer mehr bezahlen.
We moeten altijd meer betalen.
Wer wird das Essen bezahlen?
Wie gaat het eten betalen?