Vertaling van aber

Inhoud:

Duits
Nederlands
aber, allein, sondern {vw.}
doch
maar 
echter 
aber, doch, dennoch, jedoch {vw.}
echter 
maar 
niettemin 
toch 

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Aber er hatte Glück.

Maar hij heeft geluk gehad.

Nein, aber ich spiele Tennis.

Nee, maar ik speel tennis.

Aber die Möglichkeit scheint unwahrscheinlich.

Maar die mogelijkheid lijkt onwaarschijnlijk.

Aber ich habe kein Geld.

Maar ik heb geen geld.

Aber ich habe kein Geld.

Maar ik heb geen geld.

Aber das Universum ist unendlich.

Maar het heelal is oneindig.

Ich schaute, aber ich sah nichts.

Ik heb gekeken, maar niets gezien.

Mein Vater spielt Golf, aber nicht gut.

Mijn vader speelt golf, maar niet goed.

Der Sieg ist unwahrscheinlich, aber nicht unmöglich.

Overwinning is onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk.

Er ist reich, aber nicht glücklich.

Hij is rijk maar hij is niet gelukkig.

Aber der Kaffee ist nicht gut.

Maar de koffie is niet goed.

Seine Geschichte ist seltsam, aber glaubwürdig.

Zijn verhaal is vreemd, maar geloofwaardig.

Komm hier rüber, aber ein bisschen plötzlich!

Kom hierheen, en snel een beetje!

Ich kann Auto fahren, aber Tom nicht.

Ik kan auto rijden, maar Tom niet.

Er ist jung, aber sehr intelligent.

Hij is jong, maar wel heel intelligent.


Gerelateerd aan aber

allein - sondern - doch - dennoch - jedoch