Vertaling van anfechten

Inhoud:

Duits
Nederlands
anfechten, beanstanden, Einspruch erheben, protestieren {ww.}
protest aantekenen
bestrijden 
betwisten 
protesteren

ich werde anfechten
du wirst anfechten
er/sie/es wird anfechten

ik zal bestrijden
jij zult bestrijden
hij/zij/het zal bestrijden
» meer vervoegingen van bestrijden

anfallen, angreifen, ausfallen, befallen, überfallen, attackieren, losgehen auf, anfechten, in Angriff nehmen, sich machen an, sich hermachen über, zerfressen, zerstören, schädigen, den Kampf beginnen {ww.}
tackelen
aantasten 
aangrijpen 
aanvallen 
attaqueren

ich werde anfechten
du wirst anfechten
er/sie/es wird anfechten

ik zal tackelen
jij zult tackelen
hij/zij/het zal tackelen
» meer vervoegingen van tackelen