Vertaling van aufhören
Inhoud:
Duits
Nederlands
ich werde aufhören
du wirst aufhören
er/sie/es wird aufhören
ik zal stoppen
jij zult stoppen
hij/zij/het zal stoppen
» meer vervoegingen van stoppen
Ich konnte nicht aufhören Tom.
Ik kon Tom niet stoppen.
Sie sollten aufhören zu rauchen.
Ge zoudt moeten stoppen met roken.
enden, endigen, aufhören, zu Ende gehen, ein Ende nehmen, ablaufen, auslaufen {ww.}
ich werde aufhören
du wirst aufhören
er/sie/es wird aufhören
ik zal ophouden
jij zult ophouden
hij/zij/het zal ophouden
» meer vervoegingen van ophouden
Könntest du bitte aufhören zu singen?
Kun je alstublieft ophouden met zingen?
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Könntest du bitte aufhören zu singen?
Kun je alstublieft ophouden met zingen?
Ich konnte nicht aufhören zu lachen.
Ik kon niet stoppen met lachen.
Ich wünschte, der Regen würde aufhören.
Ik wou dat de regen ophield.