Vertaling van geschlossen
gesloten
toe
dik
gebonden
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb voleindigd
jij hebt voleindigd
hij/zij/het heeft voleindigd
» meer vervoegingen van voleindigen
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb geredeneerd
jij hebt geredeneerd
hij/zij/het heeft geredeneerd
» meer vervoegingen van redeneren
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb gesloten
jij hebt gesloten
hij/zij/het heeft gesloten
» meer vervoegingen van sluiten
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb afgeleid
jij hebt afgeleid
hij/zij/het heeft afgeleid
» meer vervoegingen van afleiden
vertogen
argumenteren
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb betoogd
jij hebt betoogd
hij/zij/het heeft betoogd
» meer vervoegingen van betogen
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb gedaan
jij hebt gedaan
hij/zij/het heeft gedaan
» meer vervoegingen van doen
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb toegedaan
jij hebt toegedaan
hij/zij/het heeft toegedaan
» meer vervoegingen van toedoen
ich habe geschlossen
du hast geschlossen
er/sie/es hat geschlossen
ik heb besloten
jij hebt besloten
hij/zij/het heeft besloten
» meer vervoegingen van besluiten
Voorbeelden in zinsverband
Der Flughafen ist geschlossen.
De luchthaven is gesloten.
Die Türe war nicht geschlossen.
De deur was niet dicht.