Vertaling van ja

Inhoud:

Duits
Nederlands
ja, doch {bw.}
ja 
jawel
gar, ja, selbst, sogar, einmal {bw.}
zelfs
allerdings, freilich, immerhin, ja, ja doch, wohl, zwar {bw.}
immers
toch 
wel
zeker 
ook


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ja.

Ja.

Nein... Ich meine, ja.

Nee... Ik bedoel, ja.

Ja, ich komme!

Ja, ik kom.

Ja oder nein?

Ja of neen?

Ist der Himmel blau? - Ja.

Is de hemel blauw? Ja.

Oh ja, ich erinnere mich.

O, ja, dat herinner ik me.

Ja, die Milch ist sehr gut.

Ja, de melk is heel goed.

Ja, es passiert von Zeit zu Zeit.

Ja, het gebeurt van tijd tot tijd.

Ja. Nein. Vielleicht. Ich weiß nicht.

Ja. Nee. Misschien. Ik weet het niet.

Ich werde das Geschirr spülen, da du ja gekocht hast.

Omdat jij hebt gekookt, zal ik de afwas doen.

Auf alle Fälle muss man in dem Referendum am 18. Februar mit "ja" abstimmen.

In alle geval moet men "ja" stemmen in het referendum van 18 februari.

Und heute Abend denke ich an alles, was sie im Laufe ihres Jahrhunderts in Amerika gesehen hat - den Kummer und die Hoffnung, den Kampf und den Fortschritt, die Zeit, in der wir gesagt bekamen, dass wir nicht können, und die Leute, die am amerikanischen Glauben festhielten: Ja, wir können.

En vanavond denk ik aan alles dat zij in haar eeuw in Amerika heeft gezien; het lief en het leed; het vallen en het opstaan, de keren dat ons gezegd werd dat we het niet kunnen, en de mensen die voortzetten met die Amerikaanse overtuiging: we kunnen het wel.


Gerelateerd aan ja

doch - gar - selbst - sogar - einmal - allerdings - freilich - immerhin - ja doch - wohl - zwar