Vertaling van assurance

Inhoud:

Engels
Nederlands
assurance, insurance {zn.}
verzekeren
verzekering 
insurance, assurance {zn.}
assurantie [v]
verzekering  [v]
aplomb, self-assurance, assurance {zn.}
zelfverzekerdheid [v]
aplomb [o]
zelfbewustheid [v]
gewicht
affirmation, assurance, certification, reassurance {zn.}
betuiging [v]
verzekering  [v]

Gerelateerd aan assurance

insurance - aplomb - self-assurance - affirmation - certification - reassurance