Vertaling van belief
Inhoud:
Engels
Nederlands
belief, feeling, impression, notion, opinion {zn.}
conjectuur
vermoeden
vermoeden
belief, feeling, impression, notion, opinion {zn.}
indruk
impressie
impressie
He makes a bad impression.
Hij maakt een slechte indruk.
Tom made a poor impression.
Tom maakte een slechte indruk.
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
I have great belief in the doctor.
Ik heb een groot vertrouwen in de dokter.
Her belief in God is very firm.
Haar geloof in God is erg sterk.