Vertaling van impression

Inhoud:

Engels
Nederlands
impression, circulation {zn.}
oplaag
oplage [v]
impression, air, aura {zn.}
indruk 
effect  [o]
impressie [v]
belichting [v]
He makes a bad impression.
Hij maakt een slechte indruk.
Tom made a poor impression.
Tom maakte een slechte indruk.
effect, impression {zn.}
indruk 
effect  [o]
You never get a second chance to make a first impression.
Je krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken.
The effect of the medicine was amazing.
Het effect van het geneesmiddel was bewonderenswaardig.
impression, stamp {zn.}
verzegeling
zegelafdruk [m] (de ~)
zegel [o] (het ~)
impression, stamp {zn.}
stempelmerk
stempel [m] (de/het ~)
belief, feeling, impression, notion, opinion {zn.}
conjectuur
vermoeden [o] (het ~)
belief, feeling, impression, notion, opinion {zn.}
indruk [m] (de ~)
impressie [v] (de ~)
depression, impression, imprint {zn.}
indruk [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Tom made a poor impression.

Tom maakte een slechte indruk.

He makes a bad impression.

Hij maakt een slechte indruk.

You never get a second chance to make a first impression.

Je krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken.


Gerelateerd aan impression

circulation - air - aura - effect - stamp - belief - feeling - notion - opinion - depression - imprintprint - concept - dapple