Vertaling van biting

Inhoud:

Engels
Nederlands
biting, caustic, acrimonious {bn.}
bijtend 
brandend
biting {bn.}
bijtend 
biting {bn.}
bijtend 
scherp 
to bite {ww.}
bijten 
knauwen
happen
beitsen
Barking dogs don't always bite.
Blaffende honden bijten niet.
Tell her you like her. Don't be afraid. She won't bite you.
Zeg haar dat ge haar graag ziet. Heb geen schrik. Ze zal u niet bijten.
barbed, biting, mordacious, nipping, pungent {bn.}
scherpriekend
to bite, to burn, to sting {ww.}
snijden
to bite, to prick, to sting {ww.}
steken
to bite, to burn, to sting {ww.}
steken
to bite, to seize with teeth {ww.}
bijten
happen
to bite, to prick, to sting {ww.}
doorbijten

Gerelateerd aan biting

caustic - acrimonious - bite - barbed - mordacious - nipping - pungent - burn - sting - prick - seize with teethfeel - injure - prick - displace - process - bite