Vertaling van blame

Inhoud:

Engels
Nederlands
to blame, to hold against, to impute, to ascribe, to attribute {ww.}
wijten
toerekenen
toedichten
toeschrijven 
aanrekenen

I blame
you blame
we blame

ik wijt
jij wijt
wij wijten
» meer vervoegingen van wijten

to blame, to rebuke, to reproach, to reprove, to scold, to reprimand, to upbraid, to tell off {ww.}
verwijten
berispen 
terechtwijzen
beknorren 

I blame
you blame
we blame

ik verwijt
jij verwijt
wij verwijten
» meer vervoegingen van verwijten

blame {zn.}
smet
blaam  [v]
blame, fault, guilt {zn.}
schuld 
It's not my fault!
Het is niet mijn schuld!
It was his own fault.
Het was zijn eigen schuld.
to accuse, to blame, to charge, to fault, to incriminate {ww.}
betichten
beschuldigen 

I blame
you blame
we blame

ik beticht
jij beticht
wij betichten
» meer vervoegingen van betichten

to blame, to find fault, to pick {ww.}
hakken
vitten

I blame
you blame
we blame

ik hak
jij hakt
wij hakken
» meer vervoegingen van hakken

to blame, to fault {ww.}
aanwrijven

I blame
you blame
we blame

ik wrijf aan
jij wrijft aan
wij wrijven aan
» meer vervoegingen van aanwrijven

to blame, to charge {ww.}
aankijken

I blame
you blame
we blame

ik kijk aan
jij kijkt aan
wij kijken aan
» meer vervoegingen van aankijken

accusation, charge, complaint, indictment, accusal, blame {zn.}
tenlastelegging [v]
beschuldiging  [v]
telastlegging [v]
aanklacht  [v]

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Don't blame it on her.

Geef haar er niet de schuld van.

“The economy has opened up a faultline in the Atlantic,” announces La Stampa, reporting on the impact of recent remarks by Barack Obama which imply that the poor management of the Eurozone crisis is to blame for the feeble outlook for growth in the US.

“De economie drijft landen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan uit elkaar”: zo vat La Stampa de gevolgen samen van recente uitspraken van Barack Obama. Daarin beweerde de Amerikaanse president dat de magere groeiperspectieven van de Verenigde Staten toe te schrijven zijn aan de slechte wijze waarop de eurocrisis wordt bestreden.


Gerelateerd aan blame

hold against - impute - ascribe - attribute - rebuke - reproach - reprove - scold - reprimand - upbraid - tell off - fault - guilt - accuse - chargecriticise - rub - consider