Vertaling van blame

Inhoud:

Engels
Nederlands
to blame, to hold against, to impute, to ascribe, to attribute {ww.}
wijten
toerekenen
toedichten
toeschrijven 
aanrekenen

I blame
you blame
we blame

ik wijt
jij wijt
wij wijten
» meer vervoegingen van wijten

to blame, to rebuke, to reproach, to reprove, to scold, to reprimand, to upbraid, to tell off {ww.}
verwijten
berispen 
terechtwijzen
beknorren 

I blame
you blame
we blame

ik verwijt
jij verwijt
wij verwijten
» meer vervoegingen van verwijten

blame {zn.}
smet
blaam  [v]
blame, fault, guilt {zn.}
schuld 
It's not my fault!
Het is niet mijn schuld!
It was his own fault.
Het was zijn eigen schuld.
to accuse, to blame, to charge, to fault, to incriminate {ww.}
betichten
beschuldigen 

I blame
you blame
we blame

ik beticht
jij beticht
wij betichten
» meer vervoegingen van betichten

to blame, to find fault, to pick {ww.}
hakken
vitten

I blame
you blame
we blame

ik hak
jij hakt
wij hakken
» meer vervoegingen van hakken

to blame, to charge {ww.}
aankijken

I blame
you blame
we blame

ik kijk aan
jij kijkt aan
wij kijken aan
» meer vervoegingen van aankijken

to blame, to fault {ww.}
aanwrijven

I blame
you blame
we blame

ik wrijf aan
jij wrijft aan
wij wrijven aan
» meer vervoegingen van aanwrijven

accusation, charge, complaint, indictment, accusal, blame {zn.}
tenlastelegging [v]
beschuldiging  [v]
telastlegging [v]
aanklacht  [v]


Gerelateerd aan blame

hold against - impute - ascribe - attribute - rebuke - reproach - reprove - scold - reprimand - upbraid - tell off - fault - guilt - accuse - chargecriticise - consider - rub