Vertaling van blossom

Inhoud:

Engels
Nederlands
blossom {zn.}
bloesem [m]
to bloom, to blossom, to flower {ww.}
knoppen

I blossom
you blossom
we blossom

ik knop
jij knopt
wij knoppen
» meer vervoegingen van knoppen

to bloom, to blossom, to flower {ww.}
bloeien

I blossom
you blossom
we blossom

ik bloei
jij bloeit
wij bloeien
» meer vervoegingen van bloeien

Tulips will bloom soon.
Tulpen zullen snel bloeien.
to bloom, to blossom, to flower {ww.}
uitgroeien

I blossom
you blossom
we blossom

ik groei uit
jij groeit uit
wij groeien uit
» meer vervoegingen van uitgroeien

bloom, blossom, efflorescence, flower, flush, heyday, peak, prime {zn.}
bloeitijd [m] (de ~)
zomer [m] (de ~)
bloom, blossom, flower {zn.}
nagel [m] (de ~)
bloom, blossom, efflorescence, flower, flush, heyday, peak, prime {zn.}
bloeiperiode [v] (de ~)
bloom, blossom, flower {zn.}
bloem [m] (de ~)
bloempje
bloemetje
blom [m] (de ~)
Bees fly from flower to flower.
Bijen vliegen van bloem tot bloem.
That flower smells sweet.
Deze bloem ruikt lekker.
bloom, blossom, flower {zn.}
bloesem [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

You are pretty like a cherry blossom.

Je bent zo mooi als een kersenbloesem.

The cherry blossom is to Japan what the rose is to England.

De kersenbloesem is voor Japan wat de roos is voor Engeland.


Gerelateerd aan blossom

bloom - flower - efflorescence - flush - heyday - peak - primechange - develop - period - bloom - reproductive structure - florist - placenta - flower head