Vertaling van flush

Inhoud:

Engels
Nederlands
to wash, to flush {ww.}
doorspoelen
spoelen

I flush
you flush
we flush

ik doorspoel
jij doorspoelt
wij doorspoelen
» meer vervoegingen van doorspoelen

to flush {ww.}
doortrekken

I flush
you flush
we flush

ik doortrek
jij doortrekt
wij doortrekken
» meer vervoegingen van doortrekken

to flush, to sluice {ww.}
spoelen

I flush
you flush
we flush

ik spoel
jij spoelt
wij spoelen
» meer vervoegingen van spoelen

to flush {ww.}
spoelen

I flush
you flush
we flush

ik spoel
jij spoelt
wij spoelen
» meer vervoegingen van spoelen

flush, gush, outpouring {zn.}
plons
plemp
plomp
plens [m] (de ~)
flush, hot flash {zn.}
opvlieging
opvlieger [m] (de ~)
to blush, to crimson, to flush, to redden {ww.}
generen
schamen

I flush
you flush
we flush

ik geneer
jij geneert
wij generen
» meer vervoegingen van generen

to blush, to crimson, to flush, to redden {ww.}
kleuren
blozen

I flush
you flush
we flush

ik kleur
jij kleurt
wij kleuren
» meer vervoegingen van kleuren

to even, to even out, to flush, to level {ww.}
gelijktrekken

I flush
you flush
we flush

ik trek gelijk
jij trekt gelijk
wij trekken gelijk
» meer vervoegingen van gelijktrekken

bloom, blossom, efflorescence, flower, flush, heyday, peak, prime {zn.}
bloeiperiode [v] (de ~)
affluent, flush, loaded, moneyed, wealthy {bn.}
welvarend
gouden
bang, boot, charge, flush, kick, rush, thrill {zn.}
eindschot
eindspurt
eindsprint [m] (de ~)
bang, boot, charge, flush, kick, rush, thrill {zn.}
blos [m] (de ~)
bloom, blush, flush, rosiness {zn.}
schaamrood [o] (het ~)
bloom, blossom, efflorescence, flower, flush, heyday, peak, prime {zn.}
bloeitijd [m] (de ~)
zomer [m] (de ~)
affluent, flush, loaded, moneyed, wealthy {bn.}
schatrijk
opulent
steenrijk