Vertaling van brand

Inhoud:

Engels
Nederlands
to brand {ww.}
brandmerken

I brand
you brand
we brand

ik brandmerk
jij brandmerkt
wij brandmerken
» meer vervoegingen van brandmerken

to brand {ww.}
brandmerken

I brand
you brand
we brand

ik brandmerk
jij brandmerkt
wij brandmerken
» meer vervoegingen van brandmerken

to brand {ww.}
inbranden
brandmerken

I brand
you brand
we brand

ik brand in
jij brandt in
wij branden in
» meer vervoegingen van inbranden

brand {zn.}
brandmerk [o]
brand, stamp {zn.}
stempel
to brand {ww.}
brandmerken

I brand
you brand
we brand

ik brandmerk
jij brandmerkt
wij brandmerken
» meer vervoegingen van brandmerken

to brand {ww.}
inbranden

I brand
you brand
we brand

ik brand in
jij brandt in
wij branden in
» meer vervoegingen van inbranden

to brand, to post {ww.}
inbranden

I brand
you brand
we brand

ik brand in
jij brandt in
wij branden in
» meer vervoegingen van inbranden

to brand, to denounce, to mark, to stigmatise, to stigmatize {ww.}
schandmerken

I brand
you brand
we brand

ik schandmerk
jij schandmerkt
wij schandmerken
» meer vervoegingen van schandmerken

branding-iron, brand {zn.}
schroeiijzer

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

It's brand new.

Het is gloednieuw.

Auldey is a Chinese brand.

Audley is een Chinees merk.

Which brand do you prefer?

Welk merk heb je het liefst?

What brand and what color is the director's car?

Welk merk en kleur heeft de auto van de directeur?

I have a brand new pair of socks.

Ik heb spiksplinternieuwe sokken.


Gerelateerd aan brand

stamp - post - denounce - mark - stigmatise - stigmatize - branding-ironmark - burn - characterise