Vertaling van chauffeur

Inhoud:

Engels
Nederlands
chauffeur, driver {zn.}
bestuurder  [m]
chauffeur  [m]
Keep the change, driver.
Hou het wisselgeld maar, hoor, chauffeur.
The driver was charged with speeding.
De bestuurder werd bekeurd wegens te snel rijden.
to chauffeur, to drive around {ww.}
toeren
rondtoeren
to chauffeur, to drive around {ww.}
rijden
to chauffeur, to drive around {ww.}
rondrijden
chauffeur {zn.}
chauffeur [m] (de ~)
to chauffeur, to drive around {ww.}
chauffeuren

Gerelateerd aan chauffeur

driver - drive aroundtour - jaunt - ride - carry - chauffeur - driver - act